Bewezen methode

🏆 95% van onze cursisten slaagt in één keer voor het CBR-examen.

Welke theorie moet je kennen voor het examen Klein Vaarbewijs 2?

Laatst bijgewerkt: juni 2026 · Samengesteld door Lieske Sterk

Kort antwoord: Voor het examen Klein Vaarbewijs 2 moet je 27 examenonderwerpen kennen. Deze onderwerpen gaan vooral over wettelijke bepalingen op ruim water en navigatie. Denk aan reglementen, meteorologie, zeekaarten, kaarttekens, betonning, getij, koersberekeningen, GPS en kaartpassen.

Wil je je Vaarbewijs 2 halen? Dan wil je natuurlijk weten welke theorie je moet leren. Op deze pagina vind je een overzicht van alle 27 examenonderwerpen van Klein Vaarbewijs 2.

De onderwerpen zijn verdeeld over twee examenonderdelen. In onderstaande tabel zie je hoeveel vragen en punten ieder onderdeel waard is.

Onderdeel Examenvragen Punten
Wettelijke bepalingen op ruim water Vraag 1 t/m 8 13 punten
Navigatie Vraag 9 t/m 27 37 punten
Totaal 27 vragen 50 punten

Je bent geslaagd vanaf 35 punten (70%). Je krijgt 90 minuten voor het examen.

Inhoudsopgave

 

Wil je weten hoe het examen werkt, hoeveel tijd je krijgt en hoe de puntentelling precies in elkaar zit? Bekijk dan de pagina CBR examen Klein Vaarbewijs 2.

Wettelijke bepalingen op ruim water (8 examenvragen)

Bij dit onderdeel leer je welke regels gelden op ruime vaarwateren. Denk aan de Westerschelde, de Eems-Dollard, het IJsselmeer, de Waddenzee, het Markermeer, het IJmeer en de Oosterschelde. Je leert vooral wanneer welk reglement geldt en hoe je de belangrijkste vaarregels toepast.

Examenvraag 1 – Toepassingsgebied SRW, SRE/BVA, BPR en SRKGT (1 punt)

Je leert op welke vaargebieden de verschillende reglementen gelden. Daarbij gaat het vooral om het Scheepvaartreglement Westerschelde, het Scheepvaartreglement Eemsmonding, de BVA, het BPR en het reglement voor het Kanaal van Gent naar Terneuzen.

Examenvraag 2 – SRW definities en verantwoordelijkheden (1 punt)

Je moet belangrijke begrippen uit het Scheepvaartreglement Westerschelde kennen. Ook leer je welke verantwoordelijkheden schippers hebben op de Westerschelde. Dat is belangrijk, omdat daar veel beroepsvaart en zeevaart vaart.

Examenvraag 3 – SRW algemene bepalingen en redegebied (1 punt)

Je leert enkele algemene bepalingen uit het SRW. Ook komen regels aan bod voor het redegebied bij Vlissingen en andere bijzondere bepalingen. Je moet vooral begrijpen hoe je deze regels toepast in praktijksituaties.

Examenvraag 4 – SRW uitwijkbepalingen (2 punten)

Je leert de uitwijkregels op de Westerschelde. Daarbij moet je kunnen bepalen welk schip moet uitwijken en hoe schepen veilig ten opzichte van elkaar moeten varen. Dit onderwerp is belangrijk, omdat de Westerschelde een druk en breed vaargebied is. Beroepsvaart en recreatievaart moeten veilig kunnen varen.

Examenvraag 5 – SRW lichten, dagmerken, geluidsseinen en lichtseinen (2 punten)

Je leert welke lichten, dagmerken, geluidsseinen en lichtseinen op de Westerschelde worden gebruikt. Op het examen moet je kunnen herkennen wat een schip laat zien of laat horen, en wat dat betekent. Omdat er ook zeeschepen op de Westerschelde varen, moet je meer leren dan voor KVB1.

Examenvraag 6 – SRW lichten, dagmerken en kleine schepen (2 punten)

Bij dit onderwerp kijk je opnieuw naar tekens, maar dan vooral in relatie tot kleine schepen. Je moet weten welke regels voor kleine schepen gelden en hoe je die herkent aan de hand van lichten en dagmerken. Ook moet je weten wanneer een radarreflector verplicht is. Dat verschilt van de regels binnen het BPR.

Examenvraag 7 – SRW vaarregels voor kleine schepen (2 punten)

Je leert welke vaarregels voor kleine schepen gelden op de Westerschelde. Daarbij gaat het vooral om veilig varen in de buurt van grote schepen en het juist toepassen van de uitwijkregels.

Examenvraag 8 – BPR vaarregels op ruim water (2 punten)

Je leert de BPR-regels voor ruime vaarwateren, zoals de Waddenzee, het IJsselmeer, Markermeer, IJmeer en de Oosterschelde. Je moet vooral weten wat geldt in betonde vaargeulen, bij het invaren of verlaten van een betonde vaargeul en op onbetond ruim water.

👉 Dit onderdeel levert 13 van de 50 punten op. Een deel van deze theorie is hetzelfde als voor KVB1, maar er zijn ook verschillen. Daarom raden wij af om beide examens tegelijk te doen. 

De regels zijn belangrijk, maar het grootste deel van het KVB2 examen gaat over navigatie.

Navigatie is het grootste onderdeel van Klein Vaarbewijs 2. Je leert werken met zeekaarten, een plotter, kaarttekens, betonning, kompas, getij en GPS. Je moet niet alleen begrippen kennen, maar ook kunnen rekenen en tekenen in de kaart.

Examenvraag 9 – Meteorologie: termen en druksystemen (2 punten)

Je leert belangrijke weerkundige begrippen. Denk aan hoge- en lagedrukgebieden, wind, luchtsoorten en mist. Ook moet je begrijpen hoe druksystemen invloed hebben op het weer tijdens een tocht op ruim water.

Examenvraag 10 – Meteorologie: fronten (2 punten)

Je leert wat warmtefronten, koudefronten, occlusies en troggen zijn. Ook moet je weten welke wolken en weersveranderingen daarbij horen. Zo kun je beter inschatten of het weer veilig blijft voor je vaartocht. Het onderdeel meteorologie gaat dieper dan de algemene kennis die je voor KVB1 nodig hebt.

Examenvraag 11 – Bronnen voor een veilige vaart (1 punt)

Je leert welke bronnen je gebruikt voor een veilige voorbereiding. Denk aan zeekaarten, stroomatlassen, getijtafels, gidsen en Berichten aan Zeevarenden. Je moet weten waarvoor je deze bronnen gebruikt.

Examenvraag 12 en 13 – Kaartlezen en kaarttekens (2 vragen, 2 X 1 punt)

Je leert werken met officiële zeekaarten. Je moet kaarttekens kunnen herkennen, zoals dieptelijnen, wrakken, verboden gebieden, lichten, sectorlichten, havens, betonning en andere belangrijke symbolen op de kaart.

Examenvraag 14 – Betonning: cardinale markering (1 punt)

Je leert de cardinale betonning herkennen. Deze betonning geeft aan aan welke kant veilig vaarwater ligt. Je moet de kleuren, toptekens en lichtkarakters kunnen herkennen.

Examenvraag 15 – Overige betonning (1 punt)

Naast cardinale betonning moet je ook andere soorten betonning kennen. Denk aan laterale betonning, markering voor veilig vaarwater, afzonderlijk gevaar, bijzondere markering en scheidingsmarkering.

Examenvraag 16 en 17 – Getij algemeen (2 vragen, 2x2 punten)

Je leert hoe het getij ontstaat en wat het verschil is tussen hoogwater, laagwater, springtij en doodtij. Ook moet je weten hoe de maan invloed heeft op het getij en wat begrippen zoals verval en rijzing betekenen.

Examenvraag 18 – Verticaal getij en berekeningen (2 punten)

Je leert rekenen met waterstanden en kaartdiepten. Daarbij gebruik je bijvoorbeeld getijtafels, reductievlakken, NAP, LAT en de 1/12-regel. Dit helpt je bepalen of er voldoende water onder de kiel staat.

Examenvraag 19 – Koersbepaling algemeen (1 punt)

Je leert de basis van koersen en peilingen. Denk aan ware koers, kompaskoers, magnetische koers, variatie, deviatie en miswijzing. Je moet begrijpen hoe deze begrippen met elkaar samenhangen.

Examenvraag 20 – Koersberekeningen zonder drift of stroom (2 punten)

Je leert rekenen van kompaskoers naar ware koers en andersom. Daarbij gebruik je variatie, deviatie en miswijzing. Dit is de basis voor de koersberekeningen op het examen. Je leert dit stap voor stap in de cursus, zodat je gestructureerd werkt en nauwkeurig rekent.

Examenvraag 21 – Koersberekeningen met drift (3 punten)

Je leert hoe wind invloed heeft op je koers. Door drift vaar je niet precies de richting waarin je boot wijst. Je moet kunnen berekenen welke koers je moet sturen om toch de gewenste grondkoers te varen.

Examenvraag 22 – Koersberekeningen met stroom en eventueel drift (3 punten)

Je leert hoe stroom invloed heeft op je koers en positie. Je moet kunnen rekenen met stroomrichting, stroomsterkte, vaart, drift en grondkoers. Dit is een belangrijk rekenonderwerp binnen het examen en waardevolle kennis voor het varen op het ruime water.

Examenvraag 23 – GPS (1 punt)

Je leert de basis van GPS. Je moet weten wat GPS wel en niet kan, hoe betrouwbaar GPS is en welke begrippen belangrijk zijn. Denk aan POS, COG, SOG, BRG, DST, ETA, XTE en MOB.

Examenvraag 24 – Navigeren Markermeer deel I (4 punten)

Je leert navigeren op het Markermeer. Daarbij werk je met positie, koers, afstand en drift. Je moet gegevens uit de kaart kunnen halen en deze gebruiken om een navigatievraagstuk op te lossen. Dit is een open vraag op het examen.

Examenvraag 25 – Navigeren Markermeer deel II (2 punten)

Je oefent verder met navigeren op het Markermeer. Je moet nauwkeurig kunnen werken met koerslijnen, afstanden, posities en herkenbare punten op de kaart. Ook dit is een open vraag op het examen.

Examenvraag 26 – Navigeren Waddenzee deel I (4 punten)

Je leert navigeren op de Waddenzee. Daarbij spelen getij, droogvallende gebieden, betonning, koers, afstand en positie een grote rol. Dit onderwerp vraagt nauwkeurig werken in de kaart.

Examenvraag 27 – Navigeren Waddenzee deel II (2 punten)

Je oefent verder met navigeren op de Waddenzee. Je moet kunnen bepalen waar je bent, welke koers je moet varen en hoe je veilig rekening houdt met waterdiepte, getij en betonning.

Hoe leer je deze theorie voor Vaarbewijs 2?

De theorie voor Klein Vaarbewijs 2 is anders dan die voor Vaarbewijs 1. Bij Vaarbewijs 2 ligt de nadruk veel meer op navigatie, getij, koersberekeningen en kaartpassen.

Je moet vooral veel oefenen met kaarten, koersen, getij en positie bepalen. Zo leer je de stappen herkennen en voorkom je fouten op het examen.

In onze online cursus Klein Vaarbewijs 2 leggen we de theorie stap voor stap uit. Je leert eerst wat je moet weten. Daarna oefen je met vragen en berekeningen zoals je die ook op het examen kunt krijgen. Het gaat stap voor stap, zodat je voldoende kennis en oefening hebt voor de 4 open vragen op het eind.

👉 Wil je alle examenonderwerpen stap voor stap leren met duidelijke uitleg, oefenvragen en berekeningen? Bekijk dan de online cursus Klein Vaarbewijs 2.

Veelgestelde vragen over de theorie voor Klein Vaarbewijs 2

Welke theorie moet je leren voor Vaarbewijs 2?

Voor Vaarbewijs 2 leer je vooral theorie over varen op ruim water. Denk aan wettelijke bepalingen, meteorologie, zeekaarten, kaarttekens, betonning, getij, koersberekeningen, GPS en kaartpassen.

Welke onderwerpen krijg je op het examen Vaarbewijs 2?

Op het examen krijg je vragen over wettelijke bepalingen op ruim water en navigatie. Navigatie is het grootste onderdeel van het examen.

Hoeveel vragen krijg je op het examen Klein Vaarbewijs 2?

Op het examen Klein Vaarbewijs 2 krijg je 27 vragen. Deze vragen zijn verdeeld over wettelijke bepalingen op ruim water en navigatie.

Hoeveel punten kun je halen op het examen Klein Vaarbewijs 2?

Je kunt maximaal 50 punten halen. Je bent geslaagd vanaf 35 punten.

Hoeveel tijd krijg je voor het examen Klein Vaarbewijs 2?

Je krijgt 90 minuten voor het examen Klein Vaarbewijs 2.

Wat is het grootste onderdeel van het examen?

Het grootste onderdeel is navigatie. Je krijgt hierover 19 vragen. Dit onderdeel levert 37 van de 50 punten op.

Moet je kunnen rekenen voor Klein Vaarbewijs 2?

Ja. Je moet kunnen rekenen met koersen, drift, stroom, getij, waterdiepte en posities. Ook moet je kaartpassen kunnen uitvoeren.

Is Klein Vaarbewijs 2 moeilijker dan Klein Vaarbewijs 1?

Voor veel cursisten voelt Klein Vaarbewijs 2 lastiger, omdat je meer moet rekenen en tekenen in de kaart. Vooral koersberekeningen, getij en kaartpassen vragen oefening.

Sluit de online cursus van Vaarkennis aan op deze 27 onderwerpen?

Ja. De online cursus Klein Vaarbewijs 2 volgt de examenonderwerpen van het CBR. Daardoor leer je precies de theorie die je nodig hebt voor het examen.

Meer lezen over Vaarbewijs 2

Over Vaarkennis

Deze pagina is samengesteld door Lieske Sterk van Vaarkennis.

De inhoud van onze cursussen en kennisbank is gemaakt door Bart van der Boog en Lieske Sterk, beiden ervaren watersporters en trainers met ruime ervaring in het uitleggen van vaarbewijstheorie.

Onze lessen sluiten aan op de officiële CBR-exameneisen en combineren duidelijke video’s, praktische uitleg en oefenexamens. Zo weten cursisten precies wanneer ze klaar zijn voor het examen en gaan zij met vertrouwen het water op.

👉 Meer over wie wij zijn lees je op de pagina Over ons.

Bronnen

Deze pagina is gebaseerd op de officiële CBR-informatie over het theorie-examen Klein Vaarbewijs 2 en de exameneisen voor KVB2.

 

Naar boven