Bewezen methode

πŸ† 95% van onze cursisten slaagt in één keer voor het CBR-examen.

Welke theorie moet je kennen voor het examen Klein Vaarbewijs 1?

Laatst bijgewerkt: juni 2026 Β· Samengesteld door Bart van der Boog

Kort antwoord: Voor het examen Klein Vaarbewijs 1 moet je 40 examenonderwerpen kennen. Deze onderwerpen gaan over wetten en reglementen, techniek en veiligheid aan boord, vaarwegen en het weer, en veilig varen en manoeuvreren.

Wil je je vaarbewijs halen? Dan wil je natuurlijk weten welke theorie je moet leren. Deze pagina geeft een overzicht van de theorie voor het examen Klein Vaarbewijs 1. Zo zie je precies welke onderwerpen op het CBR-examen kunnen terugkomen.

Op het CBR-examen krijg je 40 examenvragen. Hieronder lees je per examenvraag welke theorie je moet kennen. De volgorde is gelijk aan de opbouw van het CBR-examen en onze online cursus Klein Vaarbewijs 1.

Onderdeel Examenvragen Punten
Wetten en reglementen Vraag 1 t/m 18 35 punten
Techniek en veiligheid aan boord Vraag 19 t/m 23 12 punten
Vaarwegen en het weer Vraag 24 t/m 32 16 punten
Veilig varen en manoeuvreren Vraag 33 t/m 40 17 punten
Totaal 40 vragen 80 punten

Je bent geslaagd vanaf 56 punten. Dat is 70% van het totaal.

Deze pagina gaat over de theorie die je moet kennen voor het examen. Wil je lezen hoe het examen werkt, bekijk dan CBR examen Klein Vaarbewijs 1.

Inhoudsopgave


Welke theorie moet je kennen voor het CBR-examen?

Hieronder zie je alle 40 examenonderwerpen van het examen Klein Vaarbewijs 1. Per examenvraag lees je welke theorie je voor het CBR-examen moet kennen.

Wetten en reglementen

Wetten en reglementen vormen het grootste onderdeel van het examen. Je leert welke regels op het water gelden en hoe je deze in de praktijk toepast. Vooral het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) en het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) spelen een belangrijke rol.

Examenvraag 1 – Scheepvaartverkeerswet, Binnenvaartwet en Wetboek van Koophandel (1 punt)

Voor dit onderwerp moet je de belangrijkste wettelijke regels voor de pleziervaart kennen. Denk aan de vaarbewijsplicht, alcoholregels op het water, verantwoordelijkheden van de schipper en de verplichtingen na een aanvaring. Ook moet je weten wanneer je verplicht bent hulp te verlenen aan mensen in nood.

Examenvraag 2 – Toepassingsgebied van de scheepvaartreglementen (1 punt)

Je leert welke reglementen op welke vaarwegen gelden. Daarbij gaat het vooral om het verschil tussen het BPR en het RPR. Op het examen moet je kunnen herkennen welk reglement van toepassing is op een bepaald vaargebied.

Examenvraag 3 – BPR definities en algemene bepalingen (1 punt)

Je moet belangrijke begrippen uit het BPR kennen. Denk aan definities zoals klein schip, groot schip, snel schip en vaarwater. Ook leer je welke algemene verantwoordelijkheden een schipper heeft en welke basisregels altijd gelden.

Examenvraag 4 – BPR navigatieverlichting (2 punten)

Je leert de navigatieverlichting van verschillende schepen herkennen. Daarbij moet je kunnen bepalen welk type schip je ziet, in welke richting het vaart en welke betekenis de verlichting heeft. Dit onderwerp komt vrijwel ieder examen terug.

Examenvraag 5 – BPR dagtekens (2 punten)

Overdag gebruiken schepen dagtekens in plaats van verlichting. Je moet de belangrijkste dagtekens kunnen herkennen en begrijpen wat ze betekenen. Daarmee kun je bijvoorbeeld zien of een schip voor anker ligt of bepaalde werkzaamheden uitvoert.

Examenvraag 6 – BPR geluidsseinen (1 punt)

Je leert welke geluidsseinen schippers gebruiken om met elkaar te communiceren. Denk aan seinen voor koerswijzigingen, manoeuvres en waarschuwingssituaties. Op het examen moet je weten wat de verschillende seinen betekenen.

Examenvraag 7 – BPR marifoon: inrichting en gebruik (2 punten)

Voor dit onderwerp moet je de basis van marifoongebruik kennen. Je leert welke kanalen belangrijk zijn, wanneer je een marifoon gebruikt en welke regels gelden voor communicatie op het water. Ook komen enkele praktische situaties aan bod.

Examenvraag 8 – BPR vaarregels algemeen (3 punten)

Dit is een belangrijk onderwerp binnen het examen. Je leert de basisregels voor ontmoeten, kruisen, oplopen en voorbijlopen. Ook moet je weten welke schepen voorrang hebben en hoe stuurboordwal, bakboordwal en stuurboord uitwijken in de praktijk werken.

Examenvraag 9 – BPR vaarregels in engtes (3 punten)

In een engte is vaak weinig ruimte beschikbaar. Daarom gelden aanvullende regels. Je moet weten welke schepen voorrang krijgen en hoe je veilig vaart wanneer passeren lastig wordt.

Examenvraag 10 – BPR hoofd- en nevenvaarwater (3 punten)

Je leert welke regels gelden wanneer een hoofdvaarwater en nevenvaarwater elkaar kruisen. Dit onderwerp draait vooral om voorrang en medewerking bij het naderen van kruispunten op het water.

Examenvraag 11 – BPR kleine schepen (3 punten)

Je moet weten welke speciale regels gelden voor kleine schepen. Daarbij leer je welke schepen voorrang hebben op kleine schepen en welke uitzonderingen belangrijk zijn voor het examen.

Examenvraag 12 – BPR bruggen en sluizen (2 punten)

Bij bruggen en sluizen gelden eigen seinen en regels. Je leert wanneer je mag doorvaren, wanneer je moet wachten en hoe je de verschillende signalen interpreteert.

Examenvraag 13 – BPR slecht zicht (2 punten)

Bij mist, hevige regen of andere situaties met beperkt zicht moet je extra maatregelen nemen. Je leert welke regels gelden en hoe je veilig blijft varen wanneer het zicht afneemt.

Examenvraag 14 – BPR stilliggen (2 punten)

Dit onderwerp gaat over afmeren, ankeren en stilliggen. Je moet weten waar dit wel en niet is toegestaan en welke regels gelden voor schepen die niet varen.

Examenvraag 15 – BPR snelle motorboten (2 punten)

Voor snelle motorboten gelden aanvullende regels. Je leert wanneer een schip als snelle motorboot wordt gezien en welke verplichtingen daarbij horen.

Examenvraag 16 – BPR kleine schepen (1 punt)

Naast de voorrangsregels leer je ook aanvullende bepalingen voor kleine schepen. Denk aan specifieke gedragsregels die voor grotere schepen niet gelden.

Examenvraag 17 – RPR definities, dagtekens en verlichting (1 punt)

Je leert de belangrijkste verschillen tussen het BPR en het RPR. Daarbij moet je bepaalde definities, dagtekens en verlichting herkennen die specifiek zijn voor de Rijnvaart.

Examenvraag 18 – RPR vaarregels (3 punten)

Bij dit onderwerp leer je de belangrijkste vaarregels van het Rijnvaartpolitiereglement. Op het examen moet je kunnen bepalen hoe schepen zich op Rijnvaarwegen ten opzichte van elkaar moeten gedragen.

πŸ‘‰ Dit onderdeel levert 35 van de 80 punten op. Wetten en reglementen zijn dus heel belangrijk voor je eindscore. In de online cursus Klein Vaarbewijs 1 leggen we deze regels stap voor stap uit met voorbeelden en oefenvragen.

Techniek en veiligheid aan boord

Bij dit onderdeel leer je hoe belangrijke systemen aan boord werken en welke veiligheidsmiddelen je nodig hebt. Je hoeft geen monteur te worden, maar je moet wel begrijpen hoe je problemen voorkomt en veilig handelt wanneer er iets misgaat.

Examenvraag 19 – Accu's, elektriciteit, motorkennis, oliedruk en koelwater (2 punten)

Je leert de basis van de techniek aan boord. Daarbij gaat het om accu's, het elektrische systeem en de belangrijkste onderdelen van een motor. Ook moet je weten waarom oliedruk en koelwater belangrijk zijn en welke gevolgen het heeft als deze systemen niet goed functioneren.

Examenvraag 20 – Brandpreventie en brandbestrijding (3 punten)

Brand aan boord kan snel gevaarlijk worden. Daarom leer je hoe brand ontstaat, welke soorten branden er zijn en welke blusmiddelen geschikt zijn. Ook moet je weten hoe je brand voorkomt en wat je moet doen wanneer er toch brand uitbreekt.

Examenvraag 21 – Reddingsmiddelen (2 punten)

Je leert welke reddingsmiddelen aan boord gebruikt worden en wanneer je deze inzet. Denk aan reddingsvesten, reddingsboeien en andere hulpmiddelen die bedoeld zijn om mensen veilig uit het water te houden of te halen.

Examenvraag 22 – Veiligheidsmiddelen (gas) (3 punten)

Gasinstallaties aan boord brengen specifieke risico's met zich mee. Je leert hoe een veilige gasinstallatie eruitziet, welke controles belangrijk zijn en hoe je gaslekkages voorkomt. Ook moet je weten welke maatregelen je neemt wanneer je gas ruikt.

Examenvraag 23 – Veiligheidsmiddelen (overig) (2 punten)

Naast reddingsmiddelen en gasveiligheid zijn er nog andere veiligheidsvoorzieningen aan boord. Denk aan ventilatie, noodmiddelen en uitrusting die helpt om risico's tijdens het varen te beperken.

Vaarwegen en het weer

Bij dit onderdeel leer je hoe je informatie langs de vaarweg gebruikt en hoe weersomstandigheden invloed hebben op je vaartocht. Ook krijg je vragen over betonning, verkeerstekens en berekeningen van waterdiepte en doorvaarthoogte.

Examenvraag 24 – Betonning (2 punten)

Betonning helpt je om veilig door een vaarwater te navigeren. Je leert de belangrijkste boeien herkennen en begrijpen wat hun functie is. Daarbij moet je weten aan welke zijde van de betonning je hoort te varen.

Examenvraag 25 – Oeververlichting en lichtkarakters (2 punten)

Langs vaarwegen staan verschillende lichten die informatie geven aan de scheepvaart. Je leert hoe deze lichten eruitzien en hoe je lichtkarakters kunt herkennen. Daarmee kun je bepalen met welk licht je te maken hebt.

Examenvraag 26 – Aflezen van hoogteschalen (1 punt)

Bij bruggen hangen vaak hoogteschalen. Je moet kunnen aflezen hoeveel doorvaarthoogte beschikbaar is. Op het examen krijg je afbeeldingen waarbij je de juiste hoogte moet bepalen.

Examenvraag 27 – Aflezen van peilschalen (1 punt)

Peilschalen geven informatie over de waterstand. Je leert hoe je deze schalen afleest en hoe je de gegevens gebruikt om te bepalen hoeveel water er beschikbaar is.

Examenvraag 28 – Berekenen van vaarwegdiepte en brughoogte (3 punten)

Dit is een belangrijk rekenonderwerp binnen het examen. Je leert hoe je waterdiepte en doorvaarthoogte berekent met behulp van peilschalen, kaartgegevens en hoogteschalen. Het CBR stelt hierover regelmatig vragen.

Examenvraag 29 – Meteorologie: termen (1 punt)

Je leert de belangrijkste begrippen uit de meteorologie. Denk aan termen zoals windkracht, zicht, luchtdruk, buien en fronten. Deze basiskennis helpt je om weersverwachtingen beter te begrijpen.

Examenvraag 30 – Meteorologie: druksystemen (2 punten)

Je leert het verschil tussen hoge- en lagedrukgebieden. Ook moet je begrijpen welke weersomstandigheden daarbij horen. Hiermee kun je beter inschatten hoe het weer zich waarschijnlijk gaat ontwikkelen.

Examenvraag 31 – Verkeerstekens: verboden en geboden (2 punten)

Langs vaarwegen staan veel verkeerstekens. Voor dit onderwerp moet je de belangrijkste verbods- en gebodsborden herkennen. Je moet weten welke handelingen verboden zijn en welke juist verplicht worden gesteld.

Examenvraag 32 – Verkeerstekens: overige tekens (2 punten)

Naast verboden en geboden zijn er ook informatieborden en aanwijzingsborden. Je leert welke betekenis deze tekens hebben en hoe je ze tijdens het varen gebruikt.

Veilig varen en manoeuvreren

Bij dit onderdeel leer je hoe een boot reageert tijdens het varen en manoeuvreren. Je krijgt vragen over schroefwerking, roerwerking, ankeren, sluizen, slepen, man-overboord en aanleggen met of zonder boegschroef.

Examenvraag 33 – Schroef- en roerwerking (2 punten)

Je moet begrijpen hoe een boot reageert op gas geven, sturen en achteruit slaan. Daarbij leer je wat schroefwerking en roerwerking doen. Dit helpt je om beter te voorspellen hoe een boot beweegt tijdens manoeuvres.

Examenvraag 34 – Ankeren (2 punten)

Je leert hoe je veilig ankert en waar je op moet letten bij wind, stroming en waterdiepte. Ook moet je weten wat begrippen zoals krabben, ankerlijn, ankerketting en ankerboei betekenen.

Examenvraag 35 – Zuiging en golfslag (2 punten)

Grote schepen kunnen zuiging en golfslag veroorzaken. Je moet weten wat dit effect is en waarom kleine schepen daardoor in gevaar kunnen komen. Ook leer je waarom je snelheid soms moet aanpassen om schade aan oevers of andere schepen te voorkomen.

Examenvraag 36 – Schutten en dode hoek (2 punten)

Je leert hoe je veilig door een sluis gaat en hoe je lijnen gebruikt tijdens het schutten. Ook moet je weten wat de dode hoek van een groot schip is en waarom je daar als klein schip rekening mee moet houden.

Examenvraag 37 – Slepen, man-overboord en bijzondere omstandigheden (2 punten)

Voor dit onderwerp moet je weten hoe je veilig sleept en gesleept wordt. Ook leer je wat je doet bij een man-overboord-situatie en welke maatregelen je neemt bij bijzondere omstandigheden, zoals aan de grond lopen.

Examenvraag 38 – Zonder boegschroef manoeuvreren zonder wind of stroom (2 punten)

Je leert hoe je aankomt, wegvaart en keert zonder boegschroef wanneer er geen wind of stroom staat. Daarbij moet je vooral begrijpen hoe motor, roer, lijnen en schroefwerking samenwerken.

Examenvraag 39 – Zonder boegschroef manoeuvreren met wind of stroom (2 punten)

Wind en stroom hebben veel invloed op je manoeuvres. Je moet weten hoe je hiermee rekening houdt bij aanleggen, wegvaren en keren. Ook leer je waarom lagerwal, hogerwal, voorstroom en tegenstroom belangrijk zijn.

Examenvraag 40 – Met boegschroef manoeuvreren (3 punten)

Een boegschroef kan helpen bij manoeuvres, maar vervangt niet je basisvaardigheden. Je leert hoe je een boegschroef gebruikt bij aankomen, wegvaren en keren, met of zonder wind en stroom.

Hoe leer je deze theorie voor Vaarbewijs 1?

De theorie voor Klein Vaarbewijs 1 is breed. Je moet niet alleen begrippen kennen, maar de regels ook kunnen toepassen in situaties op het water. Daarom is het belangrijk om niet alleen te lezen, maar ook veel oefenvragen te maken.

In onze online cursus Klein Vaarbewijs 1 volgen we dezelfde volgorde als het CBR-examen. Je krijgt 40 lessen. In elke les leggen we de theorie uit die je nodig hebt voor de bijbehorende examenvraag.

Na de video krijg je een korte samenvatting. Daarna oefen je met vragen zoals je ze ook op het examen kunt krijgen. Bij elke vraag krijg je feedback waarom je antwoord goed of fout is. Zo leer je van je fouten en train je vanaf les 1 gericht voor het examen.

πŸ‘‰ Wil je al deze onderwerpen stap voor stap uitgelegd krijgen, inclusief oefenvragen en proefexamens? Bekijk dan de online cursus Klein Vaarbewijs 1.

Veelgestelde vragen over de theorie voor Klein Vaarbewijs 1

Welke theorie moet je leren voor Vaarbewijs 1?

Voor Vaarbewijs 1 leer je theorie over vaarregels, verkeersborden op het water, navigatieverlichting, dagtekens, veiligheid aan boord, motorkennis, betonning, meteorologie en manoeuvreren.

Welke onderwerpen krijg je op het examen Vaarbewijs 1?

Op het examen krijg je vragen over wetten en reglementen, techniek en veiligheid, vaarwegen en het weer, en veilig varen en manoeuvreren. In totaal zijn er 40 examenvragen.

Hoeveel onderwerpen moet je kennen voor Klein Vaarbewijs 1?

Voor het examen Klein Vaarbewijs 1 moet je 40 examenonderwerpen kennen. Deze onderwerpen zijn verdeeld over wetten en reglementen, techniek en veiligheid, vaarwegen en het weer, en veilig varen en manoeuvreren.

Wat is het grootste onderdeel van het examen?

Het grootste onderdeel is wetten en reglementen. Je krijgt hierover 18 vragen. Vooral het BPR en het RPR zijn belangrijk, omdat veel voorrangsregels en gedragsregels daaruit komen.

Moet je alle BPR-artikelen uit je hoofd kennen?

Nee. Je hoeft niet alle BPR-artikelen letterlijk uit je hoofd te leren. Je moet vooral begrijpen welke regels gelden en hoe je deze toepast in praktijksituaties op het water.

Krijg je ook techniekvragen op het examen?

Ja. Je krijgt vragen over motorkennis, accu's, elektriciteit, oliedruk, koelwater, brandveiligheid en reddingsmiddelen. Je hoeft geen monteur te zijn, maar je moet wel de basis begrijpen.

Moet je kunnen rekenen voor het examen Klein Vaarbewijs 1?

Ja. Je moet vooral kunnen rekenen met brughoogte en vaarwegdiepte. Daarbij gebruik je gegevens zoals waterstand, peilschalen, kaartdiepte en doorvaarthoogte.

Welke onderwerpen vinden kandidaten vaak lastig?

Veel kandidaten vinden voorrangsregels, verkeerstekens, man-overboord, brughoogte en vaarwegdiepte lastig. Deze onderwerpen vragen niet alleen kennis, maar ook toepassing.

Hoe kun je het beste leren voor Klein Vaarbewijs 1?

Leer de onderwerpen stap voor stap en oefen daarna met examengerichte vragen. Zo ontdek je of je de theorie alleen herkent, of ook echt kunt toepassen zoals op het CBR-examen.

Sluit de online cursus van Vaarkennis aan op deze 40 onderwerpen?

Ja. De online cursus Klein Vaarbewijs 1 volgt dezelfde structuur als het CBR-examen. Daardoor leer je precies de onderwerpen die je nodig hebt voor het examen.

Over Vaarkennis

Deze pagina is samengesteld door Bart van der Boog van Vaarkennis.

De inhoud van onze cursussen en kennisbank is gemaakt door Bart van der Boog en Lieske Sterk, beiden ervaren watersporters en trainers met ruime ervaring in het uitleggen van vaarbewijstheorie.

Onze lessen sluiten aan op de officiΓ«le CBR-exameneisen en combineren duidelijke video’s, praktische uitleg en oefenexamens. Zo weten cursisten precies wanneer ze klaar zijn voor het examen en gaan zij met vertrouwen het water op.

πŸ‘‰ Meer over wie wij zijn lees je op de pagina Over ons.

Bronnen
Deze pagina is gebaseerd op de officiΓ«le CBR-informatie over het theorie-examen Klein Vaarbewijs 1 en de exameneisen voor KVB1.


Naar boven