Vaarbewijs 1 moeilijk?
Voorkom de meest gemaakte fouten op het CBR-examen.
🏆 95% van onze cursisten slaagt in één keer voor het CBR-examen.
⭐ Cursisten waarderen Vaarkennis met een 4,7 op Trustpilot
Laatst bijgewerkt: september 2026 · Samengesteld door Lieske Sterk
Wil je je vaarbewijs halen? Dan is het handig om te weten welke vragen veel mensen fout beantwoorden op het CBR-examen Klein Vaarbewijs 1.
Deze valkuilen, of struikelblokken, staan allemaal in een document van het CBR. Wij hebben dit voor je gelezen, zodat je dat niet meer zelf hoeft te doen.
In dit artikel leggen we de belangrijkste valkuilen uit. Je kunt ook twee video's over valkuilen bekijken.
We leggen ook uit hoe we er in de online cursus voor zorgen dat onze cursisten niet in de valkuilen trappen.
Op het examen Klein Vaarbewijs 1 gaan vraag 1 tot en met 16 over het BPR, het Binnenvaartpolitiereglement. Vraag 17 en 18 gaan over het RPR, het Rijnvaartpolitiereglement.
Het scheelt maar één letter, maar dat is soms wel een groot verschil. De regels van het BPR en RPR zijn namelijk soms anders. In het RPR hebben grote schepen bijvoorbeeld altijd voorrang. In het BPR is dat niet zo.
Omdat je in onze online cursus voor elke examenvraag een les krijgt, weten onze cursisten op het examen direct welke vragen over het BPR gaan en welke over het RPR.
👉 Wil je zien hoe de online cursus werkt? Start dan vrijblijvend met de gratis proefcursus.
In het dagelijks leven kun je "snelle motorboot" en "snel schip" prima door elkaar gebruiken. Voor de wet zijn het andere schepen, met andere voorrangsregels.
Een snelle motorboot is een klein schip dat sneller kan varen dan 20 km/uur. Een snel schip is een groot schip dat sneller kan varen dan 40 km/uur. Je snapt dat dit grote verschillen zijn en dat er dus ook andere regels gelden voor deze boten.
In onze online cursus oefen je veel met vragen over snelle motorboten en snelle schepen. Zo leer je goed welke regels voor welke boot gelden. Dan gaat het op het examen ook goed.
Het lijkt zo makkelijk: een verbodsbord betekent dat iets niet mag. Een gebodsbord betekent dat iets moet. Maar deze borden lijken erg op elkaar.
Het is een wit bord met een dikke rode rand. Het enige verschil is een schuine rode streep. En die is heel belangrijk.
Staat die schuine streep op het bord, mag je iets niet doen. Staat de streep er niet, moet je juist wel iets doen.
In de video hierboven laten we dit met een paar borden duidelijk zien. En in de online cursus oefen je veel met vragen over deze verkeersborden. Zo leer je het verschil goed herkennen.
Dan zijn er ook nog een paar borden die voor verwarring zorgen. Bijvoorbeeld borden met een surfplank of een zeilboot erop. Deze borden lijken op elkaar, maar zijn niet hetzelfde. Voor de wet is een surfplank een zeilboot. Maar een zeilboot is geen surfplank.
Wat voor zeilboten geldt, geldt dus ook voor surfplanken. Maar wat voor zeilboten geldt, geldt niet automatisch andersom. In de video zie je precies hoe dat zit.
Het bord met het woord "sport" erop zorgt ook vaak voor verwarring. Veel mensen denken dat dit bord alleen voor sportboten geldt. Dat klopt niet. Het is een bord dat voor alle kleine schepen geldt. Het woord "sport" op het bord zorgt ervoor dat het een valkuil is. Maar als je de video bekijkt, is dit geen valkuil meer voor jou.
👉 Wil je kijken hoe je makkelijk leert met onze online cursus? Doe dan vrijblijvend de gratis proefcursus.
De Man Overboord procedure is belangrijk om te kennen. Voor je examen, maar vooral ook als je echt gaat varen.
Je moet goed snappen dat wind en stroom een andere invloed op de drenkeling hebben dan op je boot. Snap je dat verschil, dan weet je hoe je het best naar de drenkeling kunt varen. En je weet dan ook hoe je de examenvraag over de MOB goed beantwoordt.
In de video hierboven zie je precies hoe de MOB werkt en wat je moet doen.
De valkuilen op het examen Klein Vaarbewijs 1 zijn bekend. In onze online cursus besteden we er veel aandacht aan. We leggen ze duidelijk uit in onze video's en je oefent veel met valkuilvragen. Dan beantwoord je ze goed op het examen.
👉 Wil je gericht leren voor het examen en niet in de valkuilen trappen? Bekijk dan de online cursus Vaarbewijs 1.
Staat jouw vraag er niet bij? Neem gerust contact met ons op.
Bekende valkuilen zijn het verschil tussen BPR en RPR, het verschil tussen een snelle motorboot en een snel schip, een aantal verkeerstekens (met name de borden voor zeilboten, surfplanken en kleine schepen) en de Man Overboord procedure. Dit zijn de onderwerpen waar het op het examen vaak misgaat.
Op het examen Klein Vaarbewijs 1 gaan vraag 1 tot en met 16 over het BPR en vraag 17 en 18 over het RPR. Sommige regels zijn hetzelfde, maar niet allemaal. En daar gaat het vaak mis.
Het bord met het woord "sport" is een bord voor kleine schepen. Veel mensen denken dat het alleen voor sportboten geldt, maar dat klopt niet. De naam is verwarrend. Daarom is het een valkuil op het examen.
De beste voorbereiding is een cursus die de valkuilen behandelt met uitleg en oefenvragen. In onze online cursus Vaarbewijs 1 besteden we extra aandacht aan alle bekende struikelblokken. Op die manier beantwoord je ook de lastige vragen op het examen goed.
Deze pagina over de valkuilen voor het Klein Vaarbewijs 1 examen is samengesteld door Vaarkennis. De inhoud van onze cursussen en kennisbank is gemaakt door Bart van der Boog en Lieske Sterk, beiden ervaren watersporters en trainers met ruime ervaring in het uitleggen van vaarbewijstheorie.
Onze lessen sluiten aan op de officiële CBR-exameneisen en combineren duidelijke video's, praktische uitleg en oefenexamens. Zo weten cursisten precies wanneer ze klaar zijn voor het examen en gaan zij met vertrouwen het water op.
👉 Meer over wie wij zijn lees je op de pagina Over ons.
Deze pagina is gebaseerd op informatie van de officiële exameninstantie: