Onze zeiltochten met Lizzy
Waar theorie en praktijk samenkomen
Samengesteld door Bart van der Boog en Lieske Sterk · Bijgewerkt: september 2026
Wij zijn Bart van der Boog en Lieske Sterk en wij varen elk jaar duizenden zeemijlen. Daar zijn we in 2021 mee begonnen, toen we een boot kochten die perfect is om lang mee onderweg te zijn. Benieuwd met welke boot we varen en waar we al geweest zijn? Lees dan vooral verder.
We varen op Lizzy, een Hallberg-Rassy 42F uit 1999. Lizzy is 13,23 meter lang en 3,95 meter breed en heeft een diepgang van 2 meter. Dat heeft voor- en nadelen. Voor lange reizen samen hebben we genoeg ruimte; voor onszelf, voor onze spullen en voor als onze kinderen een deel mee willen varen.

De Hallberg-Rassy 42F is een solide blauwwaterzeilboot, gebouwd voor langere reizen op open zee. Het is niet de snelste boot, maar wel heel degelijk en betrouwbaar.
De 2 meter diepgang maakt de boot minder geschikt voor ondiep water zoals de Waddenzee. En heel eerlijk? Ook in Denemarken en het noorden van de Botnische Golf hadden we af en toe last van onze diepgang. Maar voor langere afstanden op open zee zijn de grootte en diepgang van Lizzy juist weer heel fijn.
Sinds we onze boot in 2021 hebben gekocht, leggen we elk jaar samen zo'n 3.000 zeemijlen (ongeveer 5.000km) af. Dat zijn geen pleziertochten van een middagje. Het zijn meerdere weken op zee, met alle weersomstandigheden, uitdagingen en ervaringen die daarbij horen. En dat maakt het op een leuke manier spannend en avontuurlijk.

Tijdens onze maanden op zee werken we ook aan Vaarkennis. En de ervaringen die we opdoen, gebruiken we in onze cursussen. We komen steeds weer in de praktijk tegen wat je voor je vaarbewijs of marifooncertificaat leert. Het is voor ons duidelijk dat de theorie die je in de cursussen leert op het water belangrijk is.

Wil je weten waar Lizzy zich op dit moment bevindt? Kijk dan op MarineTraffic.
Ga direct naar onze zeilreis in: 2021 · 2022 · 2023 · 2024 · 2025 · 2026
Net voor het zeilseizoen kochten we Lizzy in Kiel. We kregen er 4 reddingsvesten met 150N drijfvermogen bij. Omdat wij ook met slecht weer op zee zeilen, hebben we vesten met 275N drijfvermogen aangeschaft. De oude vesten hebben we niet weggedaan, maar meegenomen om te testen. Op een plek zonder kwallen hebben we ons met die oude vesten van boord laten vallen om te ervaren hoe een reddingsvest werkt. Een van de vesten ging niet automatisch open. De regelmatige keuring is er dus niet voor niets.

We gingen in de zomer meteen een maand met Lizzy de zee op. We startten voorzichtig in de Kieler Bocht en de Schlei. En dat was meteen een leuke uitdaging. Wist je dat er in dat gebied allerlei spannends op de bodem ligt? Zoals oude munitie? En dat je op die route een trainingsgebied van onderzeeërs tegenkomt? We zagen al een onderzeeër varen toen we in Laboe van versgezangen vis genoten, dus gingen ervan uit dat deze onderweg was naar dat oefengebied. We hebben de kaart daarom heel grondig bestudeerd om niet ergens te varen waar het verboden is. We begrepen meteen waarom je voor KVB2 de tekens op de kaart moet kennen, want er liggen nogal wat wrakken op onze route. Het is geruststellend om te zien dat we daar geen last van hebben.
Na Duitsland maakten we de oversteek naar Denemarken. De Deense Zuidzee is een paradijs als je weinig tijd hebt of, zoals wij, wilt inzeilen. Veel leuke eilanden dicht bij elkaar met goede voorzieningen. Wel is onze boot een beetje groot en diep voor dit vaargebied, dus we leerden goed kaartlezen en manoeuvreren in dit gebied. Te kleine haventjes dwongen ons meteen om te ankeren. Soms een beetje spannend, maar altijd heel romantisch.

In 2021 hebben we ons Lizzy eigen gemaakt en dus wilden we dit jaar ons vaargebied uitbreiden. We hadden daar 3 maanden de tijd voor. We begonnen met onze favoriete eilandjes in de Deense Zuidzee om in te zeilen en wilden daarna grotere stukken varen, met als doel het Kattegat.
We voeren ook een paar keer 's nachts. Vanaf het Småland water naar Klintholm was de eerste en meteen spannendste keer. Je vaart dan door een smalle vaargeul met onverlichte boeien. Links en rechts is het heel ondiep, dus het is zaak keurig in de vaargeul te blijven. Gelukkig is er een lichtenlijn die je kunt volgen. En dankzij onze radar "zagen" we de onverlichte boeien toch ook.
Van Klintholm naar Kopenhagen kregen we te maken met serieus scheepvaartverkeer en waren we blij met de marifoon en met de AIS. Vooral de functie CPA (closest point of approach) is geruststellend als we in de buurt van grote schepen varen.
Omdat de havens in het hoogseizoen hier erg vol zijn, besloten we niet in Kopenhagen zelf aan te leggen, maar in Dragør en namen we daarvandaan de bus naar de stad. Tja, en toen we met onze eigen ogen zagen hoe geweldig het is om met je boot in Nyhavn te liggen, besloten we dat op onze to-do-list voor een volgend zeilseizoen te zetten.
We hebben dit jaar zoveel verschillende havens aangedaan, dat we heel handig zijn geworden in aanleggen. Al weten we nooit helemaal precies wat ons te wachten staat, we weten heel goed welke lijnen we als eerste vastmaken in verschillende situaties. En al proberen we het altijd zonder boegschroef te doen, we zijn wel blij dat we een boegschroef hebben. En we weten dus uit eigen ervaring hoe handig het is om de theorie over aanleggen (laatste 4 vragen op je KVB1 examen) te kennen.
Door persoonlijke omstandigheden zijn we in 2023 niet op het water geweest. Dat was jammer, maar het maakte dat we extra veel zin hadden om in 2024 weer te gaan varen.
We gingen in 2024 nog verder dan in 2022. Ons einddoel dit jaar was Stockholm en de beroemde scheren in de archipel van Stockholm.
De Stockholmse archipel bestaat uit meer dan 30.000 eilanden en rotsen. Er liggen ook veel rotsen onder water. Misschien heb je wel eens gehoord wat de Zweden over de scheren zeggen? Volgens de Zweden zijn er twee soorten zeilers: zij die al eens tegen een rots zijn gevaren en zij die dat nog gaan doen.
Wij vonden de archipel heel mooi en idyllisch, maar ook druk, want het is een heel geliefd vaargebied. Varen in de archipel vraagt om precisie: smalle geulen, veel rotsen (ook onder water) en veel boeien voor een veilige doorvaart. Onze eerste tocht in de scheren deden we dan ook op de motor. De tweede tocht deden we alleen op de Genua en daarna bepaalde de wind met hoeveel zeil we onderweg waren.

We waren vroeg in het seizoen, maar toen we na Midsommar in de archipel van Stockholm kwamen, werd het een stuk drukker. Fijn dat we al goed ingezeild waren. Nu konden we ons focussen op de rotsen en het verkeer om ons heen.
De voorrangsregels die je leert voor het CBR-examen gebruik je hier echt elke dag. Dat geldt ook voor de betonning. De laterale betonning laat zien wat je veilige vaarroute is, maar je moet ook goed kijken welke kardinalen je onderweg tegenkomt. Je moet echt goed opletten. En de richtlijnen voor veilig ankeren? Ook die kun je hier volop oefenen, want er zijn ongelooflijk veel mooie ankerplekjes te vinden.
2025 was onze verste tocht tot nu toe: helemaal tot aan het uiterste noorden van de Botnische Golf. Daar ligt een gele boei. Dat is het meest noordelijke punt dat je met een zeilboot via de Oostzee kunt bereiken. Om er te kunnen komen, hebben we heel wat nachten doorgezeild.

We waren blij dat we een goede kennis van navigatieverlichting en lichtkarakters hebben. Het is veel leerwerk voor je KVB1, maar oh wat vonden we het fijn dat we alles zo goed herkennen. We zagen welke andere schepen er om ons heen waren en konden de boeien goed herkennen door naar hun knipperpatroon op de kaart te kijken.
Stockholm en de tocht daarheen hebben we in 2024 gedaan. Daarom hebben we dit jaar tot Stockholm flink doorgevaren. Daarna namen we de tijd om volop van nieuwe vaargebieden te kunnen genieten.
Boven Stockholm vaar je op uitgestrekte en rustige wateren. Veel Zweden vinden dit gebied al te ver om heen te varen, laat staan Duitsers en Nederlanders. Dat betekent dat je de zee en de eilanden bijna voor jezelf hebt. De Botnische Golf staat erom bekend dat er ineens mistbanken kunnen ontstaan. Nou, daar kunnen wij over meepraten! Tijdens een nachttocht kwamen we ineens in een dichte mistbank terecht. We zagen echt niks. En we hadden inmiddels al wel ontdekt dat veel Zweden hier zonder AIS varen. Wat waren we blij met onze radar. Zo konden we toch om ons heen "kijken". Vaar je een keer in dichte mist, dan snap je meteen waarom je regels voor varen met slecht zicht moet leren voor je CBR-examen.

Op de terugweg zijn we tussen de Åland-eilanden doorgevaren. Deze eilanden liggen tussen Finland en Zweden. Een prachtig vaargebied met schitterende ankerplekken, maar ook met smalle doorgangen en heel, heel veel onderwaterrotsen. Omdat deze niet goed in kaart zijn gebracht, moet je in deze archipel de veilige vaarroutes heel nauwkeurig volgen. Dat gaat bijna volledig met kardinale betonning. Dat was dus anders dan in 2024, toen we in de Stockholm Archipel de laterale groene en rode betonning konden volgen.
Zweden heeft ons hart gestolen, dus werd het tijd voor de westkust van Zweden. Het enige stuk zeekust wat we nog niet kenden. Deze kust is een stuk grilliger dan de oostkust. De rotsen zijn kaler en de wind harder.

Om er vanuit Nederland te komen moet je de Noordzee over en dan via het Kattegat of het Skagerrak. Dit zijn allemaal uitdagende zeeën met veel beroepsverkeer.
Wij kozen voor de Duitse Bocht, het Kiel-kanaal (NOK) en een stukje Denemarken dat we nog niet kenden. Het voordeel van deze route is dat je vanaf Vlieland in 28 uur in Brunsbüttel kunt zijn. Dat maakt het makkelijker om een goed weermoment te kiezen. Bovendien hebben we deze route al vaker gevaren. We weten dus precies welke windmolenparken, ankerplaatsen voor grote schepen en scheepsroutes we onderweg tegenkomen. En we weten dat we onze stootwillen heel laag moeten hangen in de NOK-sluizen en dat je bij grote zeeschepen rekening moet houden met zuiging en hun dode hoek.
Klinkt als een makkelijk start van deze reis, toch? Maar laat onze apparatuur nou net midden in de nacht, bij het oversteken van de drukke vaarroute naar Bremen, raar doen. We zien wel andere schepen op de plotter en waar deze over 6 minuten zijn. Maar we zien helaas niet waar we zelf over 6 minuten zijn. Geen CPA-berekening mogelijk dus. Bart vond het dan ook een goed idee om Lieske te wekken en dit stuk samen te navigeren. Een voorbeeld van goed zeemanschap. En goed zeemanschap gaat boven alles, ook boven welverdiende slaap.

Ook onze marifoon weer volop gebruikt dit jaar. Dankzij een oproep naar de sluis van het NOK was de sluiswachter zo attent om te wachten met schutten tot ook wij de sluis ingevaren waren. En we hebben voor het eerst persoonlijk gereageerd op een PANPAN. Er was een schip stuurloos bij ons in de buurt. Gelukkig voor dat schip (en voor ons), reageerde de Deense kustwacht daarna ook en hebben zij de sleep voor hun rekening genomen. Onderweg naar de stuurloze boot herhaalden we nog wel snel alle sleepopties die je voor KVB1 moet kennen, met de voor- en nadelen. Gelukkig hoefden we deze kennis niet toe te passen.

Benieuwd wie Bart en Lieske zijn? Lees meer op de pagina van Bart of Lieske. Of bekijk direct onze cursussen.